• 023-5123920
  • Ouder portaal
  • NL
  • Zoeken

Structureren en grenzen stellen

Structureren en grenzen stellen

Soms zie ik collega’s wel eens kijken wanneer ik kinderen ‘aanspreek’ op bepaald gedrag. Vaak ga ik dan twijfelen aan mezelf. “Ben ik te streng? Ben ik niet kindvolgend genoeg?” Toch ben ik ervan overtuigd dat kinderen het nodig hebben om te weten wat wél en niet mag en wat er van hen verwacht wordt. 

Het is maandagochtend. Kim wordt gebracht door haar moeder en kijkt de groep rond. Haar moeder doet de overdracht en vraagt wat Kim wil doen. “Puzzelen!” roept Kim. De kinderen mogen zelf een puzzel pakken uit de kast, maar moeten deze opruimen voordat ze de volgende weer pakken. Kim haalt een aantal stukjes uit de puzzel en maakt hem weer. Ze loopt naar de puzzelkast en pakt een volgende puzzel. Na de puzzel omgekeerd te hebben, zegt ze dat ze wil tekenen. Ik vertel haar dat ze dan eerst de puzzel mag maken en opruimen en dat ik ondertussen papier en potloden zal pakken voor haar. Zo gezegd, zo gedaan.

Na een aantal minuten komt Vera. Vera gaat naast Kim zitten en vraagt “mag ik ook tekenen?” Natuurlijk mag dat! Wat heb je dat netjes gevraagd! Kim kijkt Vera aan en trekt de potlodenbak naar haar toe. “Dat is van mij” zegt ze. Ik vertel Kim dat er heel veel mooie potloden in de bak zitten en dat ze samen mogen delen. Kim kijkt mij aan, schudt nee, en trekt de bak nog iets dichter naar haar toe. Ik vertel Kim dat ze óf samen mogen kleuren óf dat ze zelf even iets anders kan gaan doen. Vera wil namelijk ook tekenen en er zijn genoeg kleurtjes voor twee. Kim begint te huilen, gooit haar potloden van tafel, en loopt richting de poppenhoek. Na een tijdje loop ik naar haar toe en leg ik haar uit dat we op de groep samen spelen en samen delen. “Samen kleuren is toch juist gezellig!” 

Alle kinderen stromen binnen en spelen met van alles op de grond. Wanneer het bijna tijd is om te eten vraag ik wie mij kan helpen met opruimen. Tim begint mij enthousiast te helpen, de rest van de groep loopt richting de tafel. Ik benoem hoe knap ik het vind dat Tim al zo goed kan opruimen en vraag nogmaals wie mij nog meer zo goed kan helpen. Zonder dat het (een beetje) opgeruimd is kunnen we immers niet gaan eten! Twee kinderen komen mijn kant op gelopen en ruimen een aantal dingetjes op. Isa kruipt onder de tafel en bekijkt de kinderen goed. “Isa, jij hebt net heel leuk met de poppen gespeeld, kun je ze misschien ook weer even opruimen?” Isa schudt nee. “Ik wil appel” zegt ze. Ik vertel haar dat we eerst even opruimen en daarna kunnen eten. Natuurlijk wil ik haar best helpen. Isa komt naar mij toe, pakt de pop en geeft hem aan mij. Ik leg hem in de kast en zeg hoe fijn ik het vind dat ze toch kwam helpen. Alles is netjes, nu kunnen we lekker rustig gaan genieten van het fruitmoment. 

Wanneer we klaar zijn met eten vertel ik dat iedereen een bezoek aan het toilet mag brengen en dat het daarna tijd is om lekker buiten te spelen.

Wanneer kinderen weten waar ze aan toe zijn en wat er van hen verwacht wordt, zullen ze zich veilig voelen. Ze krijgen een gevoel van houvast. Ze weten wat er komen gaat en kunnen zich hierop instellen. 

Het is belangrijk om consequent te zijn. Wanneer je bepaalde grenzen stelt, moet je je aan deze grenzen houden. Het kan helpen om uit te leggen waarom iets niet mag. Je kunt zeggen “nee dat wil ik niet zien“ maar je kunt  beter vertellen wat je wél graag ziet en waarom. Kinderen zullen het dan sneller begrijpen en de boodschap positiever ontvangen. Zo creëer je een rustige, vertrouwde en fijne sfeer op de groep. 

Romy de Moor, pedagogisch medewerker bij Pepijn

Wil jij ook net als Romy werken bij Kinderopvang Haarlem? Je bent van harte welkom!

Bekijk hier onze Vacatures of mail Eva, eva@kinderopvanghaarlem.nl

 

 

Terug naar overzicht